Doelen

 

Als basis voor het schetsen van een ideaal hoger onderwijs moet het helder zijn waar we over praten. Wat zijn de doelen van het hoger onderwijs, wat zouden die moeten zijn en welke uitgangspunten zijn belangrijk? Kortom, waaraan moet een goed hoger onderwijs voldoen?

Doelen

Onderwijs kan omschreven worden als het overdragen en verwerven van kennis, inzicht en vaardigheden in georganiseerde vorm. Waartoe gebeurt dit, waarom is dit belangrijk?

Ontplooiing van het individu

Allereerst bestaat er een persoonlijke behoefte aan onderwijs. Deze persoonlijke wens begon in de zestiger jaren voor het eerst bij grote maatschappelijke groepen gestalte te krijgen en heeft zich in de decennia daarna versterkt. Er vond een zogenaamde democratisering van kennis en het hoger onderwijs plaats.

Het gevolg van deze democratisering is dat steeds meer mensen (uit diverse sociaal-economische geledingen) deelnamen aan het hoger onderwijs. Deze toename van de instroom is gedeeltelijk toe te schrijven geweest aan de invoering van een nieuw financieringsstelsel (de studiefinanciering).

Daarnaast speelt het streven het eigen toekomstperspectief te verbeteren en het feit dat een hogere opleiding meer mogelijkheden biedt op de arbeidsmarkt, een rol.

Het is echter ook gebleken dat steeds meer mensen behoefte hebben aan een hoge algemene ontwikkeling waarmee ze zich in de samenleving kunnen oriënteren. De huidige maatschappelijke tendens is dat steeds meer mensen zich kritisch uitlaten over maatschappelijke ontwikkelingen en daartoe ook de kennis willen ver¬garen.

Dat ook de overheid het belang van een gedegen algemene ontwikkeling inziet, blijkt o.a. uit feit dat in de meeste landen een leerplicht bestaat. De leerplicht in bijvoorbeeld Nederland is bedoeld als basiseducatie voor iedereen tot zestien jaar. De redenering hierachter komt niet alleen voort uit de overtuiging van een bepaalde maatschappelijke relevantie van hetgeen leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs leren, maar deze basiseducatie voorziet in een persoonlijke bagage voor iedereen om "verder mee door het leven te gaan" (persoonlijke vorming).

Het hoger onderwijs moet studenten de mogelijkheid bieden om zich verder te ontwikkelen. Met het complexer worden van de maatschappij vraagt dit meer educatie en zal met name het hoger onderwijs hierin kunnen en moeten voorzien.

Ontwikkeling van de maatschappij

Naast de behoefte van individuen aan hoger onderwijs, bestaat er ook een maatschappelijke behoefte aan hoger opgeleiden. Deze behoefte bestaat enerzijds op de arbeidsmarkt en komt o.a. tot uiting in de vraag van werkgevers naar hoger opgeleiden. Dikwijls laat het bedrijfsleven zich ook kritisch uit over de kwaliteit en inhoud van het hoger onderwijs. Het hoger onder¬wijs zal rekening moeten houden met de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Men moet echter de autonome functie van het hoger onder¬wijs in het oog houden. De arbeidsmarkt en de eisen vanuit het bedrijfsleven mogen geen overheersende invloed krijgen.

Het hoger onderwijs dient de student dus onder andere (doch niet uitsluitend) te voorzien van een pakket kennis en vaardigheden die hem of haar in staat stellen deel te nemen aan de arbeidsmarkt. Met hoger onderwijs kan de student bovendien toegang krijgen tot specifieke rollen in de maatschappij waarvoor een bepaalde of extra opleiding nodig is.

Ook is het voor de arbeidsmarkt belangrijk dat er gewerkt wordt aan de groei en overdracht van kennis. In een kennis- of netwerksamenleving zijn nieuwe inzichten en de verspreiding daarvan broodnodig. Kennis is een steeds belangrijker productiefactor geworden. Daarnaast bestaat er in de samenleving als geheel een behoefte aan hoger opgeleiden. Door een steeds verdergaande differentiatie van de functies binnen de samenleving, ontstaat een steeds complexere samenleving. Om in deze complexe en pluralistische samenleving te kunnen te kunnen participeren zijn cognitieve vaardigheden nodig die een persoon in staat stellen zijn positie en functioneren in een maatschappelijke en mondiale context te plaatsen. Deze vaardigheden behelzen o.a. het analyseren, ordenen en oplossen zowel van persoonlijke als van sociale en politieke problemen.

Indien mensen hun deelname aan een samenleving niet meer overzien, zal dit leiden tot een geringe betrokkenheid bij en het uiteenvallen van diezelfde samenleving. Bovendien is een ander doel van hoger onderwijs, zoals in de vorige paragraaf al genoemd, het verkrijgen van een kritische blik, mensen die reflecteren op hun eigen functioneren, maar ook op dat van de samenleving. Dit is belangrijk voor de ontwikkeling van de maatschappij. Hierbij dient wel opgemerkt te worden dat kritisch denken en reflecteren niet uitsluitend aangeleerd wordt in het hoger onderwijs.

Het hoger onderwijs heeft dus een aantal doelstellingen, die naast elkaar bestaan. Elke andere doelstelling binnen het hoger onderwijs is een afgeleide van deze maatschappelijke en persoonlijke doelstelling en moet als zodanig logisch vanuit deze gededuceerd worden.

Er is in deze doelen geen a priori hiërarchie. Bovendien kan er sprake zijn van spanning tussen de doelstellingen. Wat goed is voor iemands individuele ontplooiing, zal niet altijd bijdragen aan de maatschappelijke ontwikkeling, of kan deze zelfs schaden. Omgekeerd, wat goed is voor de maatschappij is niet altijd het beste voor het individu. Als deze twee botsen moet een afweging gemaakt worden. Daarbij helpt het om de uitgangspunten van de volgende paragraaf te hanteren.

Uitgangspunten

We hebben nu de doelen van het onderwijs vastgesteld, evenals de specifieke eisen die aan het hoger onderwijs worden gesteld. Daarmee zijn we er nog niet. Om een ideaal stelsel te beschrijven moeten we expliciteren welke eisen we aan het hoger onderwijs stellen.

Keuzevrijheid

Het belangrijkste uitgangspunt is dat de keuzevrijheid van studenten binnen het stelsel voorop staat met dien verstande dat zij daarin goed begeleid worden. Elke vorm van, gemakkelijk te voorkomen, rigiditeit binnen het stelsel dient uitgebannen te worden. Een student mag zelf mag kiezen wat hij studeert, mits hij de juiste motivatie bezit. De student heeft dus keuzevrijheid. De keuze om hoger onderwijs te volgen staat je immers compleet vrij. Niemand kan je verplichten om hoger onderwijs te volgen en daaruit volgt ook dat het de student vrij staat om te kiezen wèlk onderwijs hij wil volgen. Bovendien worden zowel de persoonlijke ontwikkeling als het maatschappelijk nut gemaximeerd, wanneer elke student datgene kan doen wat hij het beste kan of het liefste wil.

Toegankelijkheid

Een tweede uitgangspunt in de overwegingen met betrekking tot het stelsel van hoger onderwijs is dat iedereen, met de juiste motivatie, een passende eindopleiding binnen het hoger onderwijs kan volgen. Onderwijs is een recht. Zowel de maatschappij als het individu zèlf hebben er baat bij als iedereen zijn of haar talenten optimaal ontplooit. Iedereen die de vereiste kennis, inzicht en vaardigheden heeft moet daarom onderwijs op de verschillende niveaus kunnen volgen, zoals hij dat zelf wil. Daarom moet onderwijs toegankelijk zijn. Het garanderen van goed en toegankelijk hoger onderwijs is een publieke plicht.

Toegankelijkheid van het onderwijs betekent dat er geen onnodige belemmeringen opgegooid worden voor het volgen van onderwijs. Dit wordt in het vierde hoofdstuk uitgewerkt. Maar het betekent ook dat de randvoorwaarden goed geregeld zijn om deel te nemen aan onderwijs. Zaken als financiering, woon- en leefomstandigheden, werken en studiemiddelen mogen geen belemmering vormen voor een volwaardige en volledige ontplooiing van talenten.

Goed en gevarieerd onderwijs

Het volgende uitgangspunt is dat er wel wat te kiezen moet zijn, en dat die keuze zo groot mogelijk moet zijn. Dat wil zeggen, een gedifferentieerd aanbod van onderwijs, zowel in inhoud, als in oriëntatie, als in niveau. Dat gevarieerde onderwijsaanbod moet niet alleen toegankelijk zijn, maar ook kwalitatief goed. Goed en inspirerend onderwijs maakt goede studenten, wat zoals hierboven beschreven is, zowel goed is voor de student zelf als voor de maatschappij in haar totaliteit.

Een volgende voorwaarde waar het aanbod aan moet voldoen, is helderheid. Niet alleen het aanbod moet echter doorzichtig zijn, de kwaliteit ook. Alleen zo kunnen studenten een weloverwogen keuze maken.

De verantwoordelijke student

Voorgaande eisen of uitgangspunten hebben allemaal betrekking op het onderwijs. Aan de student kan echter ook een eis gesteld worden. Hij dient verantwoordelijkheid te nemen voor zijn eigen studie. Hierbij gaan we uit van studenten zoals we die kennen. Veel gemotiveerde en enthousiast mensen die willen studeren, maar ook mensen die niet weten wat ze precies willen en zelfs ook luie mensen die met zo min mogelijk moeite zo veel mogelijk punten binnen proberen halen.

Door bovenstaande ‘eisen’ aan het onderwijs, krijgen we echter onderwijs dat zo goed mogelijk past bij ieders wensen. Onderwijs dat minder gemotiveerde studenten prikkelt en uitdaagt om meer plezier in het onderwijs te krijgen, maar vooral ook om eigen verantwoordelijkheid te nemen. Tegelijkertijd een onderwijs dat gemotiveerde mensen zo min mogelijk hindert in het vormen van hun eigen ontwikkeling. Als het de student vrij staat om te kiezen uit een breed, toegankelijk aanbod van goed onderwijs, kan hij verantwoordelijk nemen voor zijn eigen vorming.